dr. Rob van Gerwen
Consilium Philosophicum
Utrecht

Kunst en onze werkelijkheid.
Een filosofische benadering

HOVO logo Nijmegen

HOVO Nijmegen
Radboud Universiteit
Januari-april 2018

Het aanbod op deze pagina is nog onder constructie. Binnen niet al te lange tijd zullen de data en andere details bijgewerkt zijn.

Handouts

Handouts komen beschikbaar na afloop van ieder college. Vraag docent om inloggegevens.

Inhoud

Ook al ergeren we ons soms aan bepaalde kunstwerken, er zijn genoeg mensen die kunst waardevol vinden. Sommigen zien kunst als een vorm van onderzoek, vergelijkbaar met wetenschap en filosofie, en weer anderen genieten er geweldig van om in kunstwerken een diepgaand contact te ervaren, of gewoon, om op het verkeerde been gezet te worden.

Kunst is geweldig. Maar wat gebeurt er met u als u een kunstwerk beleeft? Wat doet het iemand, wat vertelt het ons, en waarom? Beleven we films hetzelfde als foto's of romans? Luisteren we naar muziek zoals we naar schilderijen kijken? Wat legt de verschillen uit? En wat is hier dan zo geweldig aan?

In deze cursus komen we tot de kern van deze en andere belangrijke vragen uit de filosofie van de kunsten. We beginnen met de vraag wat kunst met schoonheid te maken heeft (en wat schoonheid eigenlijk is). Dan bespreken we het kwaad dat door een vervalsing wordt aangericht en gaan we dieper in op onze ideeën over authenticiteit. We kijken naar de verschillen tussen taal en afbeeldingen en vragen ons hardop af hoe het eigenlijk kan dat een kunstwerk emoties uitdrukt. En bij dat alles vergelijken we de verschillende kunstvormen met elkaar en onderzoeken we hoe nieuwe kunstvormen ontstaan.

Jeff Wall Dead troops talk

Dead troops talk.

Jeff Wall.

We krijgen zo inzicht in waarom kunst zo belangrijk gevonden wordt. Daarnaast bespreken we de morele aspecten van hedendaagse ontwikkelingen in de beeldende kunst en gaan we uitgebreid in op de manier waarop we in onze esthetische ervaring de kunstenaar in het kunstwerk waarnemen, en op de manier waarop we mensen afbeelden, bij voorbeeld op televisie en in films.

In het handboek voor deze cursus, van de hand van de docent zelf, wordt kunst als een praktijk begrepen waarin een publiek probeert om de manier te beleven waarop een kunstenaar zich in een werk beleefbaar maakt.

Over Rob van Gerwen

Dr. Rob van Gerwen is senior docent en onderzoeker aan departement Wijsbegeerte (faculteit Geesteswetenschappen) van Universiteit Utrecht. Hij doceerde ook aan de Koninklijke Akademie voor Beeldende Kunsten en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en de Hogeschool der Kunsten te Utrecht, aan de HOVO's van Nijmegen, Utrecht en Brabant, en aan kunstinstellingen in Breda en Eindhoven. Hij is directeur/eigenaar van Consilium Philosophicum.

Hij publiceerde vele artikelen en zes boeken, over onderwerpen uit de filosofie van de kunst. Hieronder een met cum laude beoordeeld proefschrift, Art and Experience (1996); verder een boek over Richard Wollheims benadering van schilderkunst, bij Cambridge University Press (2001), en, bij het Centraal Museum in Utrecht, Kleine overpeinzingen. Over kunst kijken in het museum (2003). April 2016 verscheen bij uitgeverij Klement, zijn Moderne filosofen over kunst (tweede druk, maart 2017). Hij rondt momenteel een boek af over Kunst en het kwaad, en werkt daarnaast aan de esthetica van menselijke schoonheid, gelaatsexpressie en cosmetische chirurgie.
Via zijn websites vindt u onderwijsbeschrijvingen, artikelen, voordrachten, tweets en een weblog. Meer...

Literatuur

Te bestuderen teksten worden uitgereikt in een reader. U vindt hierin, onder embargo, het integrale boek Kunst en het kwaad (werktitel), van de hand van de docent, dat later gepubliceerd zal worden.

Weekschema 2014

1. [an error occurred while processing this directive]. Inleiding

...in de aard van kunst en van kunstfilosofie. Om bepaalde ontwikkelingen in de hedendaagse kunst te kunnen begrijpen moet men soms van zeer goede huize komen, vooral waar het de omgang met dieren aangaat. Mocht u die lacune bij uzelf bespeuren, weet dan dat deze cursus bedoeld is om kunst diepgaand te begrijpen. Met behulp van vele instructieve voorbeelden zullen we nagaan hoe we ze waarnemen en beleven en welke gedachten en gevoelens er opgeroepen worden. Zulke analyses vormen de ingang voor een diepgaande filosofische analyse van cruciale begrippen als "kunst", "afbeelding", "muziek", "expressie", "authenticiteit", "vervalsing", en zo voorts.
Vandaag introductie van de cursus: De verschillen tussen een historisch overzicht van de esthetica en de bespreking van een paar cruciale problemen uit de filosofie van de kunsten. Vragen: Wat is schoonheid; wat is het moderne systeem van de schone kunsten; hoe nemen we kunst waar? Voorbeelden: beeldrecht en kijkplicht (Rob Scholte); Hoeveel herinnering zit er in waarneming van een aandenken, of van een vaas uit grootmoeders tijd? (Voebe de Gruyter en Marieke van Diemen).
We concentreren ons vandaag op de vraag wat schoonheid is. Schoonheid is immers een belangrijke waarde waar het om kunst gaat.

Leeswerk

van Gerwen, Rob. Hoofdstuk I “Schone kunst.” In Moderne filosofen over kunst, Utrecht: Klement, 2016, 15–37.


Wilt u verder lezen?

“Beeldrecht en Kijkplicht (Rob Scholte).” In Kunst en het kwaad , 47–53.
“Vazen (Marieke van Diemen).” In Kunst en het kwaad, 55–61.
“Uitbestede Waarnemingen (Voebe de Gruyter).” In Kunst en het kwaad, 62–75.

2. [an error occurred while processing this directive]. Authenticiteit, vervalsing en de waarneembaarheid van de kunstenaar

Han van Meegeren De Emmausgangers

De Emmausgangers

Han van Meegeren

Waarom hebben we problemen met vervalsingen? Waarom is een vervalsing minder waard dan zijn origineel? Kunnen we het verschil wel zien als de vervalsing perfect is—zo niet, maakt het dan wat uit? Hoe stellen we vervalsing vast? Hoeveel typen vervalsing bestaan er? Kun je de Vijfde van Beethoven wel vervalsen? Wat, als een vervalsing volkomen nieuw is en geen kopie van een origineel, zoals Van Meegerens De Emmausgangers?

Verder is vervalsing altijd een inbreuk op een of andere vorm van authenticiteit, maar wat is authenticiteit en wanneer is iets authentiek?

Leeswerk

“Authenticiteit.” In Kunst en het kwaad, 15–34.


Wilt u verder lezen?

Dutton, Dennis. 1979. “Artistic Crimes: The Problem of Forgery in the Arts.” The British Journal of Aesthetics 19:302–314.
Lessing, Alfred. 1965. “What is Wrong with a Forgery?” Journal of Aesthetics and Art Criticism 23 (4): 461–471.

3. [an error occurred while processing this directive]. Hoe spreken kunstwerken ons aan?

Prokofiefs Peter en de wolf zou een verhaal uitbeelden ... over een jongen en een wolf in het bos, maar wie zich gaat afvragen wat er precies gebeurt in het bos, of hoe de jongen en de wolf eruit zien, vraagt duidelijk teveel van de muziek. Muziek kan ons geen gedetailleerde plaatjes bezorgen — muziek ontbeert het vermogen tot representeren, zeggen we dan.

Maar muziek is wel erg goed in het overbrengen van emoties. Wie naar Peter en de wolf luistert, hoort duidelijk wanneer het spannend of angstaanjagend is. Muziek is expressief — en dat geldt voor de meeste kunstvormen. Maar hoe werkt expressie?

Leo Tolstoj meende dat een kunstwerk een gevoel moest overbrengen op de kijker, dat de kunstenaar had beleefd (vroeger, maar ook tijdens het maken van zijn werk) en waarvoor hij in zijn werk een vorm had gevonden. We bespreken die opvatting en laten zien wat er wel en niet aan klopt.

Daarnaast bespreken we ook recentere theorieën waarbij kunst als expressie wordt opgevat — van Jerrold Levinson en Richard Wollheim. Levinson meent dat muzikale expressiviteit het gevoelsleven overbrengt van een soort personage dat de muziek doortrekt, een muzikaal persona; het gaat volgens hem niet om het gevoel van de maker, componist, noch om het gevoel van het publiek. We luisteren naar David Murray.

Wollheim verdiept zich meer in de psychologie van onze ervaring van artistieke expressie. Wollheim lijkt meer tegemoet te komen aan de interactie tussen het werk en het publiek.

Leeswerk

“Kunst als expressie.” In Kunst en het kwaad, 35–46.


Wilt u verder lezen?

Levinson, Jerrold. 1996. “Musical expressiveness.” In The Pleasures of Aesthetics, 90–128. Ithaca: Cornell University Press.
Tolstoj, Leo N. 1960. What is Art? Translated by Almyer Maude. New York: MacMillan Publishing Company.
Wollheim, Richard. 1993. “Correspondence, Projective Properties, and Expression in the Arts.” In The Mind and its Depths, 144–158. Cambridge (Mass.), London (England): Harvard University Press.

4. [an error occurred while processing this directive]. Horen hoe de musicus muziek maakt

Compositie of uitvoering? Klassieke en populaire muziek. Ieder genre muziek heeft zijn eigen karakteristieken, maar er gaapt een kloof tussen de zogenaamde klassieke en populaire muzieksoorten — ook al kent die laatste soort een wijde varieteit aan genres en tradities, zoals blues, jazz, hiphop, soul, disco, gangstarap, metal, dance, trance, R&B, en hierbinnen nog weer allerlei subgenres.

In klassieke muziek is doorgaans de partituur (en dus de componist) belangrijker dan de uitvoering (en dus de musici) — in de populaire muzieksoorten draait het juist meestal het meest om de uitvoerders.

Waar het in de klassieke muziek draait om de uitvoering van een partituur (die voorkomt dat de muziek vervalst kan worden, zoals we in de tweede bijeenkomst zagen), noemen we een tweede uitvoering van een pop-song vergoelijkend (want het voelt al aan als een vervalsing) een "cover" en beoordelen we die niet op de mate waarin ze met de partituur overeenkomt, maar waarin de creativiteit van de uitvoerder die van zijn voorganger evenaart of verbetert.

De voorrang van de partituur heeft ertoe geleid dat klassieke muziek erg complex kan worden (denk maar aan Beethovens symfonieën, maar ook aan Boulez's werken) en de persoonlijke kwaliteiten van de uitvoerder voortdurend lijkt te tarten. De voorrang van de uitvoering in de populaire muziek leidt er juist toe dat die muziek voor de luisteraar persoonlijker overkomt en er ook gemakkelijker op gedanst kan worden: de menselijke maat staat hier voorop, eerder dan de redelijke complexiteit van de muziekstructuur.

We proberen die verschillen filosofisch te begrijpen en concentreren ons daarbij op de hoorbaarheid van de musicus en de componist in de uitvoering.

Voorbeelden: John Cage 4'33''; Glenn Goulds uitvoering van Bachs Goldberg Variationen; Albert Ayler, Summertime.

Leeswerk

“Muziek als een Kunst.” In Kunst en het kwaad, 76–91.


Wilt u verder lezen?

Scruton, Roger. 1997. The Aesthetics of Music. Oxford: Clarendon Press.

5. [an error occurred while processing this directive]. Iconische foto's

Nick Ut: South-Vietnamese napalm attack

Zuid-Vietnamese napalm aanval, 1972

Nick Ut

Hoe werken iconische foto's? Een verhaal in de krant kan niet bewijzen dat het klopt, tenzij met een foto van de gebeurtenissen. Foto's in de krant bewijzen het verhaal dat ernaast staat, want wat ze tonen heeft zich gegarandeerd in de werkelijkheid voorgedaan. Maar wat zegt een foto nu helemaal? Het is maar een momentopname en ze laat vooral een heleboel niet zien.

Sommige foto's hebben een speciale status: iconische foto's worden via de media bij veel mensen onder de aandacht gebracht en krijgen daarbij nieuwe betekenissen en een grote politieke rol. Zo heeft de foto van Nick Ut er mede toe bijgedragen dat de Amerikanen zich uit VietNam terugtrokken.

We zouden het zo kunnen zeggen: foto's zijn veroorzaakt door het beeld in de werkelijkheid dat zich voor de camera bevindt (vgl. Bergson) en daarom bewijzen foto's iets. Daarnaast zien kijkers er een afbeelding in; maar wat in die afbeelding te zien is, beweert niets, enz.

Foto's komen zo op een of andere manier tegemoet aan een milennia-oud ideaal, dat van de auto-poetische afbeelding: een afbeelding die zonder tussenkomst van mensen door het afgebeelde zelf gemaakt wordt: zoals de Mandelion, de lijkwade van Turijn, die een afbeelding zou tonen van Jezus die er zijn gezicht mee afdroogde.

De traditie gebaseerd op dit ideaal loopt via de Byzantijnse iconen-verering (en het daartegen gerichte iconoclasme), via de dodenmaskers uit de negentiende eeuw en zo lijkt het, de fotografie. We schetsen die geschiedenis en concentreren ons op fotografie en de iconische foto.

Leeswerk

“Wachten op beeld (over iconische foto’s).” In Kunst en het kwaad, 92–111.


Wilt u verder lezen?

Barthes, Roland. 2000 (1980)a. Camera Lucida. Translated by Richard Howard. London: Vintage.
Scruton, Roger. 1983. “Photography and Representation.” In The Aesthetic Understanding: Essays in the Philosophy of Art and Culture, 102–126. London, New York: Methuen.

6. [an error occurred while processing this directive]. Mensen op televisie en in film.

Talk show Jerry Springer

Talk show

Jerry Springer

Reality-tv en acteurs die personages spelen. Televisie en film make beide gebruik van de vermogens van fotografie om de beelden van de werkelijkheid te reproduceren. Hoe zit het met de vermogens van bewegend beeld (dat tot meer in staat lijkt te zijn dan stilstaande fotografie) om de morele dimensies van gebeurtenissen weer te geven? Bij televisie heeft die vraag een ander belang dan bij film, omdat het bij televisie doorgaans om documentaire beelden gaat en bij film doorgaans om geacteerde ficties.

Als het gaat om gewone mensen in televisie-programma's — of dat nu talkshows, discussies met een publiek of reality-programma's zijn — kun je je afvragen of de mensen wel getoond worden zoals ze zijn; gaat het om fictieve personages die van alles meemaken, dan ook is de vraag of wat ze meemaken wel zodanig in beeld komt dat goed te begrijpen is wat er de morele en psychologische dimensies van zijn (waarom mensen of personages doet wat ze doen en of het wel goed is).

We zullen zien hoe dit soort kwesties verbonden zijn aan het vermogen van iconische foto's om de morele dimensie van een gebeurtenis weer te geven. Dezelfde vraag die daar ook al aan bod kwam — kan fotografie dat wel, de morele dimensie weergeven van wat personen en personages zoal meemaken? — keert hier terug.

Voorbeeld: The Shining

Leeswerk

“De honkbalknuppel van Shelley Duvall (Wat zien we in film?).” In Kunst en het kwaad, 115–136.


Wilt u verder lezen?

Allen, Richard, and Murray Smith, eds. 1998. Film Theory and Philosophy. Oxford: Oxford University Press.
Currie, Gregory. 1998. Image and Mind. Cambridge, New York: Cambridge University Press.
Gaut, Berys. 1998. “Imagination, Interpretation, and Film.” Philosophical Studies 89:331–341.
Gerwen, Rob van. 1997. “Beleving op televisie. Over Verneder-tv.” Vrijetijdsstudies 15:40–51.

7. [an error occurred while processing this directive]. Nieuwe kunstvormen: installaties en digitale kunst

Hoe kan iets volkomen nieuws kunst worden? We gaan vandaag verder in op de aard van de kunstpraktijk en daarbij zal blijken dat onze analyse ook helpt om te begrijpen hoe iets totaal nieuws in die praktijk geïntroduceerd kan worden — iets wat eigenlijk onmogelijk is als we de heersende definitie van kunst volgen — die van Jerrold Levinson. Levinsons historische definitie zegt namelijk dat iets kunst is als het ervaren dient te worden op een manier die lijkt op hoe we bestaande kunstvormen ervaren.

Ik zal een variant van de historische definitie voorstellen — een trapsgewijze definitie die uitgaat van artistieke procedures en niet van individuele kunstwerken.
Voorbeelden: hoe werken installaties? Digitale kunst is kunst zonder zichtbare kunstenaar, kan het dan kunst zijn? Moet in kunst de maker waarneembaar zijn, zoals we eerder bespraken? Ben Lewis: Relational art.

Leeswerk

“Drie artistieke strategieën.” In Kunst en het kwaad, 137–154.


Wilt u verder lezen?

Fried, Michael. 1967. “Art and Objecthood.” Artforum 5:12–23.

8. [an error occurred while processing this directive]. De grenzen en de toekomst van kunst

Representaties zijn niet noodzakelijk ook kunstwerken. Foto's in de krant dienen om de waarheid over een of andere gebeurtenis aan te tonen. Soms dienen afbeeldingen om reclame te maken ofwel voor een product—waarbij mensen verleid moeten worden om het te kopen of te nuttigen—ofwel voor een zaak of ideologie. Reclame en propaganda liggen in elkaars verlengde, maar kunnen ze kunst zijn? Ook in andere domeinen worden afbeeldingen en representaties gebruikt en daar dient dezelfde vraag zich aan. Is pornografie kunst? Weinigen zullen dat willen beweren—maar misschien kan pornografie wel kunst zijn als het door een kunstenaar gemaakt wordt en in een museum tentoongesteld wordt? Deze vragen komen vandaag aan de orde. We bespreken ze tegen de achtergrond van het inzicht dat kunst een praktijk is en de gelaagde definitie van kunst die die achtergrond uitlegt.

Tegen diezelfde achtergrond kunnen we ook bezien of kunst wel een toekomst heeft. Vervaagt ze niet als haar grenzen vervagen? En wie interesseert zich nog voor kunst? Zijn internet en de sociale media niet veel invloedrijker en belangrijker?

Leeswerk

“Grenzen van de kunstpraktijk.” In Kunst en het kwaad, 156–165.
“De toekomst van kunst.” In Kunst en het kwaad, 210–224.


Wilt u verder lezen?
Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte, speciale editie over de toekomst van kunst. 105:3, 2013
Levinson, Jerrold 2005. "Erotic Art and Pornographic Pictures." Philosophy and Literature 29:228-240.

9. [an error occurred while processing this directive]. Ethisch autonomisme

Kunst moreel beoordelen, hoe doe je dat? Het lijkt erop dat we ethisch gezien erg kritisch moeten zijn voer kunst, maar de vraag is welke criteria we daar precies bij moeten hanteren. Is het immoreel om immoreel gedrag te laten zien in een film (moord, verkrachting, oplichting)? Kan het zo simpel zijn als het radicaal moralisme meent — die hier inderdaad bevestigen op antwoordt? Hangt dat van onze morele overtuigingen af, of van een visie op de kunstpraktijk? Vandaag bespreken we onze morele oordelen over kunst en verdedigen we een andere positie: ethisch autonomisme.

Volgens het ethisch autonomisme is het de kunstpraktijk als geheel die moreel beoordeeld moet worden en niet de kunstwerken die we erbinnen aantreffen. Die praktijk eis van zijn deelnemers dat die een artistieke houding aannemen en afzien van moreel ingrijpen — je moet niet het toneel bestormen om de heldin van een wisse dood te redden. Tegen die achtergrond wordt impliciet van ieder kunstwerk geëist dat het voldoende artistieke kwaliteit bezit om het terug te verdienen dat het publiek zichzelf op deze manier inperkt.

Voorbeeld: C'est arrivé pres-de chez-vous.

Leeswerk

“Kan kunst over de schreef gaan?” In Kunst en het kwaad, 166–185.


Wilt u verder lezen?

Anderson, J. C., and J. T. Dean. 1998. “Moderate Autonomism.” The British Journal of Aesthetics 38:150–66.
Carroll, Noël. 1996. “Moderate Moralism.” The British Journal of Aesthetics 36:223–38.
Gaut, Berys. 1998. “The Ethical Criticism of Art.” In Aesthetics and Ethics, edited by Jerrold Levinson, 182–203. Cambridge, New York: Cambridge University Press.

10. [an error occurred while processing this directive]. Implicatiekunst

Wat is Implicatiekunst, waarom is het kunst? De video van Ben Lewis over zogenaamde Relational Art leert ons dat het niet eenvoudig is een nieuwe kunstvorm te introduceren. En wat te denken van de vele voorbeelden van schijnbaar immorele kunstwerken die de laatste tijd de galerieën en musea lijkt te overspoelen? Kan kunst wel immoreel zijn — volgens ethisch autonomisme niet, maar hoe zit het dan? We zullen de voorbeelden bijeen nemen en tonen dat er inderdaad sprake is van een nieuw procede, dat ook artistiek is: een nieuwe kunstvorm.

Leeswerk

“Implicatiekunst.” In Kunst en het kwaad, 187–208.

Weblog